‘Meer begrip door tijdig informeren’

De bouw van het onderwijs- en cultuurcomplex aan het Spui is om meerdere redenen een uitdagende klus. Een van die uitdagingen is dat er ontzettend veel mensen rondom de bouwplaats wonen en werken en er een veelvoud aan mensen dagelijks passeert die zo min mogelijk hinder van de bouw mogen ondervinden.

Aan omgevingsmanager Fleur Dubbelman van Cadanz de taak om de overlast voor al deze mensen zo beperkt mogelijk te houden. Of beter gezegd: om de beleving van de overlast in goede banen te leiden. “Want bouwen geeft overlast”, zegt Fleur. “Dat is nu eenmaal een gegeven. Voorafgaand aan de bouw hebben we daarom een aantal bijeenkomsten belegd met omwonenden, bedrijven en instellingen die hinder zouden kunnen ondervinden van de bouw. Om ze te vertellen wat we gaan doen, waar ze last van krijgen en wanneer. En natuurlijk wat wij er aan doen om dat zoveel als mogelijk te beperken. Zo hebben we in de sloopfase bijvoorbeeld veel gewerkt met een speciale machine met een enorme grijper die het beton kapot kneep. Normaliter wordt dat kapot gehakt dat aanzienlijk meer herrie geeft.”

Hinder of overlast kan effect hebben op de leefbaarheid, bereikbaarheid en veiligheid van een omgeving, legt Fleur uit. “Trillingen en geluid hebben vooral invloed op de leefbaarheid van mensen. Hoewel die beleving vaak subjectief is – wat voor de een hard is, is dat voor een ander misschien niet – kun je deze hinder wel goed in de gaten houden. We hebben op verschillende plekken rondom de bouwplaats meetapparatuur staan. We merken overigens wel dat de acceptatie –of gewenningsgrens voor geluid en trillingoverlast in de stad toch hoger ligt dan elders. Omdat er in Den Haag altijd wel reuring is. Een vrachtauto, getoeter, de tram.”

Maar de invloed van werkhinder op de bereikbaarheid is in een stad als Den Haag juist heel snel groot: een lossende vrachtwagen op het verkeerde moment kan al snel het hele verkeer rondom het Spui ontregelen. Fleur: “We hebben daarom een speciaal systeem opgezet voor onze toeleveranciers: als ze materialen komen leveren, moeten ze zich online aanmelden waarna ze een bindend tijdvak krijgen toebedeeld om te komen lossen. Op die manier beperken we het risico dat er wachtende vrachtwagens op de openbare weg komen te staan.”

En dan is er nog het punt van de veiligheid, zowel op de bouwplaats, als eromheen. Fleur wijst op de schutting rond de bouwplaats. “Wie ’s avonds langs de bouwplaats loopt, is blij dat er aan de schutting lampen hangen. Dat geeft een veilig gevoel; een donkere, verlaten bouwplaats draagt niet bij aan de sociale veiligheid. Maar we hebben ook verlichting op de bouwplaats zelf nodig. En dat gaat niet om sociale veiligheid maar om werkveiligheid: er moet in goed licht gewerkt kunnen worden. De lampen om de hele bouwplaats te verlichten, hangen in de masten van de torenkranen. Op een hoogte waar een aantal direct omwonenden in het Wijnhavenkwartier er serieus last van kan hebben. De lampen staan op een tijdschakelaar en zijn maximaal afgesteld om de lichtoverlast te beperken.”

Het mag duidelijk zijn: zo’n enorm gebouw komt er eenvoudig weg niet zonder overlast. “Maar de omgeving ziet inmiddels wat we aan het maken zijn. Door de hoogte die we nu hebben, maar bijvoorbeeld ook door de rondleidingen die we over de bouwplaats organiseren. Bouwen veroorzaakt overlast. Maar door te laten zien wat we maken, te vertellen wat we doen en door tijdig te informeren over werkzaamheden die overlast kunnen geven, ontstaat er wel meer begrip.”

Interessant artikel? Deel deze nu op uw profiel.

Facebook
Twitter
LinkedIn